
Foto: Margot Brouwer
Miniatuur 404
Geschreven door Margot Brouwer
Voorgelezen door Sanne van Deursen
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Vrijheid en verdraagzaamheid
3 november 2026
De trots van Amsterdam
Deze zomer, augustus 2026, reisden 1 miljoen LHBTQ+’ers naar Amsterdam voor de World Pride – evenveel als ons totale inwoneraantal: de minderheid wordt een meerderheid. Samen met duizenden anderen lopen mijn vrienden en ik mee in de World Pride March. Tussen alle bontgeklede marcheerders en luide muziek valt mijn oog op een reclameposter van het Joods Cultureel Kwartier. ‘Le Chaim!’ staat erop, met daaronder het gezicht van Spinoza. De zachte ogen van mijn favoriete filosoof kijken uit over onze Pride March, zonder er ook maar iets van te zien natuurlijk. Op 21 februari van volgend jaar is Spinoza precies 350 jaar geleden overleden. En toch vraag ik me af: wat zou hij nu denken als hij dit wél zou zien?
Spinoza’s sterfjaar, 1677, is geen makkelijke tijd voor buitenbeentjes als hij. Zodra de filosoof zijn ogen voor de laatste keer sluit, smokkelen zijn beste vrienden zijn geschriften naar een geheime uitgeverij. Tijdens zijn hele leven durft Spinoza haast niets onder zijn eigen naam te publiceren. Waarom? Omdat zijn filosofie de gevestigde macht in gevaar brengt. Hij schrijft dat God niet toebehoort aan bepaalde personen of groepen, maar samenvalt met het gehele universum. Hij schrijft over democratie, over vrijheid van geloven, denken en spreken. Al op zijn 21e is hij hiervoor uit zijn geloofsgemeenschap en familie verbannen, een lot dat ook vandaag nog veel jongeren die uit de kast komen treft. Zo ontmoette ik in de metro een trans-vrouw van precies dezelfde leeftijd, die op straat sliep omdat ze bij haar ouders niet meer welkom was. Spinoza leert hierdoor ook de waarde van ‘gekozen familie’ kennen: een queer term voor de gemeenschap van vrienden die je wél accepteert zoals je bent.
Maar of Spinoza zelf queer was? We weten enkel dat hij nooit getrouwd is, noch enige vaste relatie had. In een briefwisseling met zijn beste vriend Simon lezen we dat Spinoza enige tijd samenwoonde met een mannelijke leerling… maar Spinoza blijkt niet erg over hem te spreken. Desondanks is Simon jaloers. Zijn liefde voor Spinoza reikt zo ver dat hij hem 2000 gulden, en later ook zijn nalatenschap aanbiedt. Maar Spinoza weigert telkens weer. Zelfs na zijn dood proberen Spinoza’s intellectuele tegenstanders hem van homoseksualiteit te beschuldigen, maar zonder enig bewijs. Spinoza’s romantische gevoelens, voor zover hij ze had, blijven voor altijd in schaduwen gehuld.
Maar is het überhaupt belangrijk om te weten of Spinoza hetero-, homo-, bi- of aseksueel was om zijn Pride-gevoelens te duiden? Veel belangrijker is zijn filosofische reflectie op de ideale samenleving. Onderaan zijn standbeeld in Amsterdam prijkt één van zijn belangrijkste uitspraken: ‘Het doel van de staat is vrijheid.’ Maar wat ís vrijheid? Het is vandaag de dag zo’n hol begrip geworden, dat politieke partijen in naam ervan bevolkingsgroepen kunnen beledigen en minderheden kunnen censureren. Dus laten we voor Spinoza’s vrijheidsbegrip te rade gaan bij zijn ‘Theologisch-Politiek Traktaat’. Het volledige citaat luidt namelijk:
‘Het is niet, zo wil ik zeggen, het doel van de staat om de mensen van redelijke wezens tot dieren of automaten te maken, maar integendeel om ervoor te zorgen dat hun geest en lichaam veilig kunnen functioneren en dat zijzelf de vrije rede gebruiken en niet met haat, toorn of bedrog strijden, noch zich door bittere gevoelens jegens elkander laten meeslepen. Het doel van de staat is dus in werkelijkheid de vrijheid.’
Met ‘vrijheid’ bedoelt Spinoza dus: de vrijheid om veilig te leven, spreken en denken hoe je wilt, in harmonie met iedereen in de staat. Ook met degenen die hún vrijheid gebruiken om heel anders te leven, spreken en denken. En dat is natuurlijk de uitdaging. Kan dat ooit goed gaan? Spinoza denkt van wel:
‘Tot bewijs voorts van de stelling dat uit deze vrijheid geen ongemakken kunnen voortkomen […] ook al denkt de een duidelijk het tegenovergestelde van wat de ander denkt, zijn voorbeelden bij de hand, en ik hoef ze niet van ver te zoeken: de stad Amsterdam kan ons tot voorbeeld dienen, die tot haar eigen sterke groei en tot bewondering van alle naties de vruchten van deze vrijheid plukt. In deze bloeiende staat en voortreffelijke stad immers leven alle mogelijke mensen van iedere natie en geloofsrichting met de grootste eendracht samen’.
In de verdraagzame stad Amsterdam ziet Spinoza een voorbeeld van zijn ideale samenleving. Een stad waar hij – als joodse vluchteling uit Portugal – eendrachtig kon samenleven met katholieken, gereformeerden, doopsgezinden, lutheranen, remonstranten en andere gelovigen. Nu, 350 jaar later, stromen mensen van over de hele wereld hier samen om de vrijheid te vieren van de hele LHBTQ+-gemeenschap. Niet de vrijheid om te heersen, maar om samen te leven met christenen, moslims, joden, hindoes, boeddhisten, humanisten en elke andere mogelijke overtuiging. Ik stel me voor hoe Spinoza, vanuit zijn poster, trots uitkijkt over de World Pride in zijn geboortestad. Een stad waarin het vaak schuurt, waarin minderheden de meerderheid zijn, en waarin niemand er echt bij hoort. Dat is juist wat we allemaal gemeen hebben.
gepubliceerd op 3 november 2026